Relevant voor inkopers met containerimport of -export via Rotterdam en achterlandvervoer per spoor naar Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië of Italië, vooral bij lading van Maersk en Hapag-Lloyd. APM Terminals Maasvlakte II draait van 1 juli 2026 tot eind juni 2027 met circa 40% minder spoorcapaciteit, door uitbreidings- en testwerk op de terminal. Treinen worden vooral 's avonds, 's nachts en in het weekend afgehandeld, in vooraf afgesproken slots, met voorrang voor grotere treinen. Voor selecte zendingen kunnen op korte termijn een andere modaliteit of laadhaven worden ingezet. Kernactie: vraag je expediteur welke van je stromen via deze terminal per spoor lopen, en leg vast wie de meerkosten draagt als een zending wordt omgeleid.
Wat er feitelijk gebeurt
APM Terminals breidt Maasvlakte II uit en test nieuwe terminalonderdelen. Daarvoor wordt het gebied tussen het spoor en de containerstapeling tijdelijk heringericht. Volgens APM Terminals daalt de beschikbare spoorcapaciteit daardoor met circa 40% ten opzichte van normaal, van 1 juli 2026 tot eind juni 2027. Het spoor blijft beschikbaar, maar alleen binnen vooraf afgesproken tijdslots.
Hapag-Lloyd, sinds kort mede-eigenaar van de terminal, noemt in een klantbericht de operationele gevolgen: spooroverslag vindt vooral plaats op werkdagen tussen 19:00 en 05:00 en in het weekend; er gelden vaste slots; de flexibiliteit is beperkt en langere doorlooptijden zijn mogelijk; grotere treinen krijgen voorrang. Voor selecte zendingen kunnen, per geval en op korte termijn, alternatieve modaliteiten of laadhavens worden ingezet.
Afbakening: dit betreft één terminal in Rotterdam en alleen de spooroverslag. Andere deep-sea terminals en de overslag naar binnenvaart en vrachtwagen op APMT Maasvlakte II vallen er niet onder.
Wie direct geraakt wordt
Eerste orde: verladers en expediteurs met containers die via APMT Maasvlakte II binnenkomen of vertrekken en per trein het achterland in gaan. Dat zijn vooral stromen van en naar Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië en Italië, op diensten van Maersk en Hapag-Lloyd die deze terminal aanlopen. Kleinere treinvolumes lopen het meeste risico, omdat grotere treinen voorrang krijgen.
Waarschijnlijk niet direct geraakt: lading via andere Rotterdamse terminals, en containers die via APMT Maasvlakte II per binnenvaart of vrachtwagen verder gaan. Het probleem is dat veel inkopers niet weten via welke terminal en modaliteit hun containers lopen. Dat kiest de expediteur, en het staat zelden in het contract.
Het tweede-orde-effect
Orbecta-analyse: de schaarste verplaatst zich, ze verdwijnt niet. Containers die niet op tijd een treinslot krijgen, gaan per vrachtwagen of binnenvaart, of worden via een andere laadhaven gerouteerd. Voor de inkoper ontstaan daardoor drie risico's: langere of minder voorspelbare doorlooptijden, meerkosten door omleiding, en extra wachtkosten als containers langer op de terminal staan dan de vrije opslagtijd.
Of dit ook merkbare druk zet op weg- en binnenvaartcapaciteit voor lading die nooit per spoor gaat, hangt af van het volume dat verschuift. Dat volume is niet openbaar. Het gaat om 40% van de spoorcapaciteit van één terminal, dus een havenbreed effect is onwaarschijnlijk. Lokaal, op de lanes vanaf Maasvlakte richting Duitsland, is extra druk wel mogelijk.
Procurementindicatoren: doorlooptijd van spoorzendingen vanaf Maasvlakte, aantal omgeleide zendingen, toeslagen voor omleiding, en wachtkosten per container.
Nederlandse procurementimpact
- Direct: importeurs en exporteurs met spoorstromen via APMT Maasvlakte II, zoals machinebouw, automotive-toelevering, chemie en consumentengoederen met afnemers of vestigingen in Duitsland, Zwitserland of Oostenrijk.
- Indirect: contracten waarin de expediteur de modaliteit vrij kiest, maar de meerkosten van een omleiding wel doorbelast.
- Mogelijk: planningsaannames voor just-in-time aanvoer die rekenen met een vaste spoordoorlooptijd.
Bedrijfsexposure: nog niet berekend — koppel zendingsdata per terminal en modaliteit.
Wat vaststaat en wat nog onzeker is
Wat vaststaat: circa 40% minder spoorcapaciteit op APMT Maasvlakte II van 1 juli 2026 tot eind juni 2027; overslag vooral 's avonds, 's nachts en in het weekend in vaste slots; voorrang voor grotere treinen; omleiding naar andere modaliteiten of laadhavens is mogelijk.
Wat nog onzeker is: hoeveel spoorvolume daadwerkelijk verschuift; of de werkzaamheden op tijd klaar zijn; hoe expediteurs de meerkosten van omleiding doorbelasten.
Waar je op moet letten: updates van APM Terminals over de planning, doorlooptijden van je spoorzendingen vanaf Maasvlakte, en toeslagen of wachtkosten op facturen van je expediteur.
Wat je nu kunt doen
- Logistiek inkoper, deze maand: vraag je expediteur per stroom via welke terminal je containers lopen en met welke modaliteit ze het achterland in gaan. Markeer de stromen die via APMT Maasvlakte II per spoor gaan.
- Contractmanager, vóór de Q4-verlengingen: toets in je expeditiecontracten wie de meerkosten draagt als een zending op korte termijn naar een andere modaliteit of laadhaven wordt omgeleid, en hoe vrije opslagtijd en wachtkosten zijn geregeld bij vertraging die de terminal veroorzaakt.
- Supply chain planner, binnen twee weken: verhoog voor de gemarkeerde spoorstromen de doorlooptijdaanname tot eind juni 2027, of spreek met je expediteur een vaste alternatieve route af voor kritieke zendingen.
Hoe Orbecta ondersteunt
Contract Intelligence signaleert in je expeditiecontracten clausules over modaliteitskeuze, omleiding, vrije opslagtijd en wachtkosten. Claim Check toetst of doorbelaste omleidings- en wachtkosten passen bij de afspraken in je contract.
Bronnen
- Primaire bron: APM Terminals — Temporary adjustment of rail capacity — 26 juni 2026
- Primaire bron: Hapag-Lloyd — Rotterdam: Temporary rail capacity restrictions at APM Terminals Maasvlakte II — juni 2026
- Aanvullende context: Container News — APM Terminals expansion to cut rail capacity at Maasvlakte II — 8 juni 2026
- Orbecta-analyse op basis van bovenstaande bronnen.